|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
W.N. 150 H. De Nollen
© J. van Tongeren, laatste wijziging 24 augustus 2011
Grenadier Regiment 860, Stellenbesetzung op 15 april 1944:
Op het terrein De Nollen (bouwplaatsnummer 40) werden maar liefst 32 bunkers gebouwd.
Het BRV-complex AAA omvatte de navolgende bunkers:
*) Bunkers zijn identiek.
Het is nog niet achterhaald welke bunkers nog aanwezig zijn dan wel afgebroken. Waarschijnlijk zijn nog 25 bunkers aanwezig, doch e.e.a. is nog niet uitgezocht.
Duits
hoofdkwartier op De Nollen
Eind
1941 besloot het Duitse opperbevel tot de aanleg van de Atlantikwall langs de
bezette Europese Westkusten. Bij de opzet van de Atlantikwall lag de nadruk
aanvankelijk op strategisch belangrijke plaatsen (zoals havens en zeegaten). De
aanleg van deze verdedigingslinie vond in de jaren 1942-1945 plaats. Op 8 juli 1942 werd door het Duitse oppercommando 15 havengebieden en steden aan de Franse en Nederlandse kust aangewezen als "Verteidigungsbereich". In Nederland kregen Den Helder, IJmuiden, Hoek van Holland en Vlissingen de meeste aandacht en de hoogste status ("Verteidigungsbereich". Zo kreeg de vestingbouw in Den Helder de hoogste prioriteit en er werden hier circa 800 bunkers gebouwd van uiteenlopende aard.
2011 Bunkers zijn afgebroken of ondergewerkt om plaats te maken voor ijzeren kunstsculpturen. Wie voor de afbraak toestemming heeft verleend is mij niet bekend !
Verhaal (5 juli 1992) De houten toegangspoort bevindt zich aan de Nieuwe Weg en via een bestraat binnenweggetje zien we aan de rechter zijde een grote betonnen Duitse Battaillons- oder Regiments Gefechtsstand van het type 117a. De bunker wordt als hobbyruimte gebruikt door de Vereniging van Radio Zend Amateurs (VRZA), afdeling Helderland, hetgeen uitwendig te zien is aan de boven op de bunker geplaatste naoorlogse zendmasten. Verder de weg volgend, welke inmiddels is overgegaan in een zandpad, zien we zowel links als rechts gemetselde verdedigingswerken.
Bijna aan het einde van het zandpad links ligt een tweede betonnen bunker met daarop een glazen prieel. Als men in het prieel de betonnen trap afdaalt, komt men in een gang waaraan een paar vertrekken liggen en uitmondt in een keuken/zithoek. De bunker, waarvan de vloer is bedekt met houten planken en de muren wit zijn geverfd, bevindt zich in zeer goede staat. In de laatste ruimte exposeerde de kunstenaar Rudi W. van de Wint (Den Helder 1942 - 30 mei 2006) zijn schilderijen en andere werken. Vier zwart/witte schilderijen deden mij denken aan gangen en gewelven van fortificatiën. Nadat ik de andere kunstwerken bewonderende, viel mijn oog op een drietal maquettes in zand geplaatst, die mij nu weer aan bunkers deden denken. Even overviel mij dat ik last had van een "fortificatietik" of "bunkeritus". Gauw naar boven naar de open lucht.
Op het terrein bevinden zich diverse gemetselde schuilonderkomens van Duitse of Nederlandse makelij. De meeste onderkomens zijn ontdaan van puinafval en verkeren in redelijke staat. Het is dus mogelijk dat particulieren bunkers tegen verval beschermen en er een functionele bestemming aan kunnen geven.
Dan naderen we ongezien een betonnen bouwsel dat mij bekend voorkomt. Het blijkt één der maquettes van Rudi de Wint te zijn maar nu in het groot. Als we de nauwe betonnen doorgang binnenlopen, zien we in het midden aan weerskanten smalle metershoge deuren. Bij het openen worden we verast door twee grote driehoekige ruimten waarvan de witte muren door de kunstenaar reeds zijn aangezet zijn om ze later te beschilderen. Dan pas kijk je omhoog, omdat je je afvraagt waar al het licht vandaan komt. Eén groot dakraam.
Ook een andere zwarte geschilderde bunker, die we binnentraden, blijkt na het openen van de deur wederom zelf door de kunstenaar ontworpen te zijn. Een rechthoekige witgeverfde ruimte waarvan drie zijden met ronde vlakken beschilderd zijn. Het zonlicht dat door het dakraam schijnt maakt de ruimte aangenaam warm. Een rare gewaarwording deze ruimte te zien als men vanuit een ruig duinlandschap komt. Eén der ronde vlakken heeft een opvallende felgele kleur, die hoe langer je er naar kijkt, pijn aan je ogen begint te doen.
Als we het terrein verder aflopen rijzen twee pilaren/obelisken/raketten omhoog. De één wit de andere zwart. Deze combinatie kleuren gebruikt de kunstenaar vaker zoals we inmiddels hebben kunnen constateren. De twee spitstoelopende pilaren staan er vervaarlijk bij, maar als we naderbij komen, blijken vogels er hun nesten ingebouwd te hebben. De kunstwerken zijn geaccepteerd door de natuur en verweven met het landschap. Uiteindelijk hebben de schuilonderkomens van soldaten ook dezelfde functie als de holen van de populatie aanwezige konijnen.
Deze complete eenheid van cultuur en rust wordt ruw verstoord door een paserende dubbeldekker van de N.S. Het is zondagmiddag 5 juli 1992 en het is drie uur geworden. Het is ongemerkt gaan regenen en ons doel de verdedigingswerken te fotograferen en in kaart te brengen is mislukt. Jammer, nee hoor! We gaan een andere zondag gewoon terug, ook voor de kunst.
V.w.b. het kunstproject De Nollen:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|