|
|
Schnellbootbunker (SBB)
© J. van Tongeren, Laatste
wijziging 3 juli 2011
Met dank aan
Michael Foedrowitz
|
Op 1 mei 1943 werd op
het hoofdkwartier van de Führer der schnellboote, op de Hogeweg 18 te
Scheveningen, een vergadering belegd over de bouw van Schnellboot
bunkers (SBB) in Nederland.
Aan de besprekingen
namen deel een vertegenwoordiger van het OKM, de Marinebauämter Utrecht
en IJmuiden alsmede officieren van de S-Bootwaffe, waaronder de
Führer der
Schnellboote (FDS) Rudolf Petersen zelf.
Petersen was in het bijzonder
geïnteresseerd in de plannen voor een SBB in Den Helder, waar de
originele planning niet voldeed en het aantal ligplaatsen van 14 tot 28
verhoogd zou
moeten worden. Petersen had het geselecteerde bouwterrein
bezocht, maar te klein bevonden, aangezien nauwelijks bouwmaterialen
konden worden opgeslagen.
De
Marinebauamt Utrecht had daarom enigszins ten zuiden ervan een nieuw
bouwterrein gepland, dat aan alle vereisten beantwoordde en waar later ook
gebouwen konden worden toegevoegd.
|

Schnellboot Kriegsabzeichen |
Met de
bouw zou eigenlijk onmiddellijk begonnen kunnen worden, want voor het
uitbaggeren waren alle noodzakelijk machines en brandstoffen aanwezig zonder dat
dit de bouw van de SBB te IJmuiden zou schaden.
De
daadwerkelijke concretisering van het werk moest echter wel met machines en
personeel van het bouwterrein IJmuiden worden verwezenlijkt. Waarschijnlijk zou
dan in de herfst van 1943 met het gebouw, op zijn minst voor een deel begonnen
kunnen worden. Echter de bodemgesteldheid was wezenlijk moeilijker in
Den Helder dan in IJmuiden.

Ontwerp voor Den Helder
|
De bouw
van twee SBB te Den Helder zou in twee fases plaatsvinden, waarbij een ijzerbehoefte
van 8.000 ton moest worden verwezenlijkt. De veronderstelde
verwerving van 2.000 ton ijzer per kwartaal zou geen problemen geven, zodat de
eerste SBB na 1¼ jaar gereed zou kunnen zijn - echter zonder rekening te houden met
vijandelijke acties of andere onverwachte gebeurtenissen. Na voltooiing van
de eerste SBB zou een tweede moeten volgen.
Plannen
is één maar de realiteit was anders. Tijdens het verdere verloop van 1943 was in Den
Helder één SBB gepland met 24 ligplaatsen en 8 reparatieplaatsen. De bouw van
een tweede SBB te Den Helder was inmiddels verworpen, doch een andere haven locatie
was nog niet gekozen.
Uiteindelijk zou ook de bouw van de geplande eerste SBB te Den Helder niet
plaatsvinden.
Volgens
Petersen: De door de Oberbefehlhabers der Kriegsmarine bevolen uitbreiding van het aantal S-Boote, was
een
verhoging van het aantal ligplaatsen voor S-Boote tot 142 noodzakelijk. Als Haupteinsatzhäfen
moest Den Helder door de bouw van een tweede dubbelbunker van 28 plaatsen
versterkt worden.
Na de
voltooiing van dit bouwprogramma konden in de Einsatzhäfen Den Helder, IJmuiden
en Rotterdam in totaal 142 Schnellboote onder bunkerbescherming gestationeerd worden.
Voor
Petersen was het duidelijk dat de nieuwbouw van SBB niet parallel liep met de bouw
van nieuwe Schnellboote.
In de
herfst van 1943 werden de S-Bootflottillen
8 en 9 naar Den Helder en IJmuiden verplaatst, zonder dat de boten
bunkerbescherming genoten. In 1944 kwamen per kwartaal de 10., 12. und 13.
S-Bootflottille daarbij. Voor deze eenheden ontbraken niet alleen de verbunkerde
ligplaatsen maar ook de benodigde verzorgings en reparatie faciliteiten.
Binnenliggend werden de S-Boote veelal
gecamoufleerd met Tarnnetze.
Op een spionage tekening
van 17 april 1943 zien we dat de Schnellboote lagen in het Nieuwe Diep,
de Binnenhaven en het Noordhollandskanaal. De torpedo's waren opgeslagen
op fort Oostoever in de
Nederlandse torpedo opslag/werkplaats uit 1939. De torpedo's werden
geladen van de steiger.
|

Bron NIMH via Maurice Laarman |

Schnellbootbunkers werden gebouwd in:
Rotterdam, Waalhaven - 16 dubbele
ligplaatsen, gereed juli 1941
IJmuiden, Haringhaven - 10 dubbele
ligplaatsen, gereed november 1941, gesloopt
IJmuiden, Haringhaven - 14 ligplaatsen en
4 reparatiedokken, onafgebouwd. Thans nog aanwezig
Oostende (België)
Wimereux (Boulogne- Frankrijk), Cherbourg
(Frankrijk) en Le Havre
(Frankrijk)
FDS
|
Onder het bevel van de
Führer der Schnellboote (FdS) stonden alle
Schnellbootflottilles.
Elk flottille bestond normaliter uit 8 S-Boote en een
Begleitschiff (verzorgingsschip).
De Hauptgefechtsstand van de FdS
bevond zich in Scheveningen. Om de operaties op zee te leiden werd
hier een speciale commandobunker gebouwd: V 149 Befehlsstand für
den
Führer der Schnellboote. (Baupunkt 228, baunummer 8605,
ondergegraven).
Van hieruit leidde hij de
operaties in het Engelse kanaal, het belangrijkste operationele
gebied van de S-Boote. Naar gelang het zwaartepunt van de
operaties waren er Nebenbefehlsstellen in Wimereux bij Boulogne,
Cherbourg, Le Havre en Den Helder.
Voor meer gegevens
over de V149:
Klik hier !
Door de oprukkende
geallieerden verplaatste Petersen uit veiligheids-overwegingen
zijn hoofdkwartier op 19 september 1944 naar Den Helder. De
locatie waar zijn staf in Den Helder gehuisvest was is niet
bekend.
In de winter van 1944/45 werd
een deel van de staf verplaatst na Sengwarden bij Wilhelmshaven.
De FdS bevond zich aan het eind van de oorlog in Flensburg.
|

Kapitän zur See Rudolf Petersen
(1905-1983)
Van 20 april 1942 tot het einde van de
oorlog was hij
Führer der Schnellboote (FdS). |
5.Schnellbootflottille
Flottillenchef
was
Korv.Kpt. Hermann Holzapfel (juli 1944 - mei 1945).
In
December 1944 vereiste een versterking van het aantal S-Boote in het
Engelse Kanaal.
Zo werd het
5.Schnellbootflottille, na de overname van 10 nieuwe moderne S-Boote,
van
Swinemünde
naar Den
Helder verplaatst. Van hier voerde het flotille opnieuw torpedo
aanvallen uit op de geallieerde schepen en legde mijnen bij de Theems en
Humber mondingen. De eigen verliezen bleven vrij klein door dat de
schepen voorzien werden van extra Flak en radar. Op 6 mei 1945 werd het
flottille naar Bornholm verplaatst.
Schnellboot
De Schnellboot (S-boot)
was een torpedoboot van de Duitse Kriegsmarine. Deze
Motortorpedoboten waren niet alleen groter als
de Britse en Amerikaanse tegenhangers (MTB's) maar ook superieurder.
Ze werden ingezet tijdens
nachtelijke acties in de kustwateren van Middellandse
Zee, het Kanaal en de Noordzee tot de Oostzee. Ook
werden ze gebruikt voor het leggen van mijnen.

Technische gegevens:
|
Type |
S-100 vanaf 1943 |
|
Lengte |
34.94 meter |
|
Breedte |
5.28 meter |
|
Gewicht |
98,91 ton
(110,74 ton volbeladen) |
|
Werf |
Friedrich Lürssen
/ Vegesack in Bremen
en Joh.
Schlichting in Travemünde |
|
Gebouwd |
circa 230 stuks |
|
Voortstuwing |
3 Daimler-Benz MB 511-V 2500 PK diesels, totaal 7500 PK.
|
|
Snelheid |
43.5 tot 49 knopen |
|
Bewapening |
2 torpedo's in de buizen
en 2 aan dek (type G7A (533 mm)
1 x 2 cm MG
1 x 20 mm (dubbelloops)
1 x 3,7 cm Flak en later
ook Bofors 40 mm |
|
Bemanningsleden |
30-32
personen |
Gezonken bij Den Helder:
-
S 180, gebouwd 1944,
in dienst 28 april 1944, gezonken 14 januari 1945
bij Texel in eigen mijnenveld.
-
S 191, gebouwd 1944,
in dienst 5 mei 1944, Gezonken 21
maart 1945 NW van Texel door een vliegtuigbom
van een Beaufighter (236. RAF-Squadron)
-
S 203, gebouwd 1944,
in dienst 13 augustus 1944, Gezonken 21
maart 1945 NW van Texel door vliegtuigbom
In Den Helder werden 25 opvarenden van de
Schnellbootflottilles begraven op de gemeentelijke begraafplaats aan de
Huisduinerweg.
|
Begraven op: |
|

Mützenband Schnellbootflotille
|
|
20 januari 1945 |
zeven van het 2./Schnellbootflotille |
|
26 januari 1945 |
één van het 5./Schnellbootflotille |
|
23 februari 1945 |
drie van het 5./Schnellbootflotille |
|
3 maart 1945 |
één van het 2./Schnellbootflotille |
|
24 maart 1945 |
zes van het 2./Schnellbootflotille |
|
10 april 1945 |
zeven opvarenden van de S 176
en S 177 |
|