|
|
De bouwers van de Franse Forten | Naamdragers forten Fort Dirks Admiraal | Fort Du Falga | Fort Erfprins | Fort Harssens | Fort Kijkduin Fort Kijkduin "Miljoenenfort"| Fort op de Laan | Fort Oostoever | Fort Westoever |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De bouwers van de Franse forten
© J. van Tongeren, Laatste wijziging 20 november 2005
De bouw van de forten in Den Helder begon in het voorjaar van 1812. Het zware graafwerk werd vooral gedaan door Spaanse krijgsgevangenen, terwijl verplicht aangewezen ambachtslieden vanuit geheel Noord-Holland zich bezig hielden met het metselen en met overige werkzaamheden.
Plannen Na de landing van de Engelsen en Russen in 1799 bleek overduidelijk dat Den Helder door het ontbreken van een landfront onmogelijk te verdedigen viel. In februari 1800 begon men direct met het maken van plannen om de verdediging te verbeteren. Van alle plannenmakers waren het Luitenant-kolonel der Fortificatiën baron C.R.Th. Kraijenhoff en luitenant-kolonel der Marine Jan Blanken die de belangrijkste ontwerpen maakten. Maar daarbij bleef het.
Den Helder oorlogshaven Van 18 september tot 11 november 1811 maakte keizer Napoleon een inspectiereis door Holland. Die reis is van veel invloed geweest op het later aangenomen stelsel van verdediging van de kusten en zeegaten, voornamelijk voor wat betreft de Stelling van Den Helder. Zo bezocht hij op 16 en 17 oktober Den Helder en Texel. Het bezoek aan Texel gaf de keizer de overtuiging dat Den Helder met buitenrede belangrijker was dan hij gedacht had; grote schepen konden onder bescherming van de kustbatterijen dicht onder de wal liggen en ze konden gemakkelijk weer vertrekken. In oktober 1811 wees hij de havens Den Helder, Medemblik en Hellevoetsluis aan om als oorloghavens te dienen. Bij zijn decreet van 22 oktober 1811 bepaalde Napoleon dat, om de kosten te kunnen dekken, de goederen bestemd van de Duitse orde, die 16 miljoen francs zouden opbrengen: zes miljoen werd bestemd voor het verbeteren van de verdedigingswerken van Den Helder. De overige zes miljoen was voor de maritieme werken aan het Nieuwediep. Belangrijke plannen waren inmiddels ontworpen om het Nieuwediep te maken tot een etablissement voor het uitrusten, bouwen en dokken van schepen. Het plan dat uiteindelijk zou worden gerealiseerd werd ontworpen door de Franse generaal-ingenieur Kirgener, met bijstellingen van het 'Comité Central des Fortifications'. Op 8 maart 1812 gaf Napoleon zijn goedkeuring aan de plannen voor de complete stelling Den Helder: gebouwd moesten worden de forten Lasalle (Erfprins), Morland (Kijkduin), L'Ecluse (Dirks Admiraal), Du Gommier (Oostoever) en Dufalga.
Spaanse krijgsgevangenen Voor de zware grondwerkzaamheden aan de maritieme werken en fortificatiën in de oorloghavens werden voor het grootste gedeelte Spaanse krijgsgevangenen ingezet. In Den Helder waren er in mei 1812 maar liefst 2692 Spanjaarden, waarvan er 288 in het hospitaal lagen. In november 1813 werkten er ongeveer 1500. Van de Spaanse krijgsgevangenen in Den Helder waren er vier bataillons ondergebracht in kerken, twee in kazernes te Huisduinen en één in tenten aan de voet van de dijk. Bovendien moesten ook nog 1300 werklieden die in dienst waren van de genie ondergebracht worden. De minister liet in april 1812 in Amsterdam vijf fluitschepen huren, om te dienen als kazerneschepen in Nieuwediep, het waren de Adeline, het Vertrouwen, Vreede en Vrijheid, Ceres en de Kievit. Een fluitschip, de Johanna Maria, werd aangekocht en ingericht als hospitaalschip voor het Texel-eskader.*1) Vooral in tijden van binnenlandse onlusten baarden krijgsgevangenen de militaire bevelhebber veel zorg, want, hoewel er niet over hen te klagen viel, het was toch niet uitgesloten dat op een gegeven moment oproer zou uitbreken.
De prefect van het Departement der Zuiderzee, A.P.F.G. Visscher deed op 19 maart 1812 een schriftelijke oproep aan zijn onder-prefecten in totaal 792 ambachtslieden beschikbaar stellen voor de bouw van de verdedigingswerken te Den Helder.*2) Elke gemeente moest voor iedere 500 inwoners één werkman ter beschikking stellen. Zo moest het arondissement Hoorn honderd werklieden leveren.
Vertrek Spanjaarden De vice-admiraal C.H. VerHuell hield zijn eigen troepen ook niet vrij van het zware werk, hoewel zij lieten weten dat het hen sterk tegenstond.
De admiraal eiste later ter assistentie bij de afbouw van de forten steeds 30 werklieden, gedurende tien achtereenvolgende dagen. De burgerij van Den Helder moest hen f. 1,- per dag betalen. Toen de financiën van het garnizoen uitgeput waren schreef de admiraal (onder garantie van zijn eigen vermogen) onder de burgerij een lening uit van f. 20.000,-. De gehele bevolking van Den Helder werd aangeslagen. Degenen die niet betaalden stonden strenge straffen te wachten. Na de overgave van de Stelling van Den Helder, op 4 mei 1814, staakte men met de bouw van de forten. De afbouw, die behoudens het grondwerk, bij lange na nog niet voltooid was, vond pas plaats na 1827.
Noten: *1) Fluitschepen waren een type koopvaardijschepen met veel ruimte; ze hadden twee dekken, een campagne en een bak en konden 300 à 400 man bergen. Ze zijn in Nieuwediep in gebruik gebleven, totdat ze in 1813 konden worden vervangen door ontwapende en buiten dienst gestelde fregatten, zoals de Aurora en de Maria Reygersbergen. De krijgsgevangenen die werkten aan de verdedigingswerken van de genie werden aan wal gehuisvest. *2) A.P.F.G. Visscher (graaf van Celles) was prefect van het Departement de Zuiderzee van 11 febuari 1811 tot 16 november 1813) *3) Edgard Jacob Rutger Mollerus, sous prefect van Hoorn van december 1811 tot december 1813. Was vóór december 1811 sous prefect van Alkmaar.
Bronnen:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|