Lasalle | Morland | Dugommier | Du Falga

Home/Accueil

●  Inleiding/Preface

●  Nieuws/Nouvelles

Nederlands/Néerlandais

●  De Stelling Den Helder

●  Kustartillerie

●  Forten/Forteresses

●  Batterijen/Batteries

●  Linies/retranchement

●  Bunkers/Abris

●  Monumenten

Duits/Allemand

●  Bunker complexen

●  Bunkers/Abris

●  Radar

●  Mijnenvelden

Overige plaatsen

●  Callantsoog

●  Den Oever

●  Petten

●  Schagen

●  Schoorl

●  Texel 

Diversen/Divers

●  Boeken/Livres

●  Links/Liens

●  Updates

●  Site

 

 

François-Louis Morland

 

De speurtocht naar kolonel Morland

 De oorspronkelijke naamgever aan fort Kijkduin

  

© J. van Tongeren, laatste bijwerking 17 september 2009

 

 

Het fort Kijkduin is bij de aanleg in 1811 "fort Morland" genoemd, naar de toen inmiddels overleden Franse kolonel Morland, een persoonlijke vriend van Napoleon. De eerste gegevens die bekend zijn over kolonel Morland zijn uiterst summier. Zo vond ik in de "Librairie Larousse" *1) een korte beschrijving van Morland en in het boek "Napoleon" van H.F.B. Wheeler*2)  gegevens over de slag bij Autsterlitz, waarin Morland het leven liet.

  

Vakantie

In de zomer van 1993 reisde ik met mijn echtgenote af naar Frankrijk om daar onze vakantie door te brengen. Ik wilde op de heenreis het geboortedorp van Morland, 55220 Souilly, bezoeken. Het dorpje in het departement Meuse heeft een lintbebouwing en ligt aan de weg "Voie Sacrée", 20 km ten zuiden van Verdun.

 

"La Voie Sacrée"

De enige Franse hoofdweg die geen nummer maar een naam heeft, heet "La Voie Sacrée" (de Heilige Weg) en loopt van Bar-le-Duc naar Verdun (57 km). Gedurende de Eerste Wereldoorlog zijn hierover van februari tot december 1916 elke week 90.000 mannen, 50.000 ton munitie gegaan, en elke 14 seconden een vrachtwagen. Het mairie (stadhuis) van Souilly leidde generaal Petain met zijn staf de krijgsverrichtingen van 26 februari tot 1 mei 1916.

Langs de hoofdweg staan stenen kilometerpaaltjes met daarop een Franse helm.

 

We zaten op de middag van aankomst (dankzij de medewerking van de plaatselijke gendarmerie) al in de werkkamer van de burgemeester van Souilly. De heer d'Arbonneau, al op respectabele leeftijd, ontving ons allervriendelijkst. Tot onze vreugde bleek hij op de hoogte van het feit dat Morland in Souilly was geboren en op jonge leeftijd het dorp had verlaten. Op mijn vraag of er geboortegegevens bij de gemeente aanwezig waren, verwees hij mij naar het nog zuidelijker gelegen dorp Bar-le-Duc. Na afloop van ons gesprek liet de heer d'Arbonneau ons het huis zien waar Morland geboren was. In gedachten zag ik een behoorlijk landhuis voor me, doch bij aankomst bleek het om een uiterst sobere woning te gaan. Onder het motto 'beter iets dan niets' namen we afscheid.

 

Het geboortehuis van Morland in Souilly (Frankrijk): de meest rechtse deur met daarboven een klein raam. (foto J. van Tongeren).

De burgemeester van Souilly, de heer d'Arbonneau. (foto J. van Tongeren 1993)

Foto's moeten nog geplaatst worden.

 

Vincennes

Omdat het bouwkundig onderzoek van het fort Kijkduin vorig jaar prioriteit had in verband met de naderende restauratie, liet ik het speurwerk naar de naamgever voor wat het was. In mei van dit jaar benaderde Klaas van den Berg via de Franse Ambassade in Nederland het archief van de Franse genie te Vincennes (bij Parijs). Men stuurde 21 kopieën uit het dossier van Morland op. In enkele door dit archief samengestelde uittreksels van de loopbaan van Morland waren fouten geslopen. Gelukkig had men copieën van de originele stukken gevoegd zodat het een en ander kon worden rechtgetrokken.

 

Toen ik de gegevens doorlas laaide mijn op een laag pitje geraakte interesse weer op. Uit de oude en nieuw ontvangen stukken en door middel van enig literatuuronderzoek kon ik het onderstaande voorlopige levensverhaal van Morland samenstellen.

 

Het levensverhaal van Morland

Jean-Pierre de Morlant (1721) trouwde te Beaulieu en Argonne op 18 augustus 1756 Elisabeth de Bonnaye (1735). Zij vestigden zich in het dorpje Souilly (departement Meuse - Frankrijk). Jean-Pierre Morlant was luitenant bij de infanterie van de Koning Lodewijk XVI.

In een eenvoudig huis (thans Voie Sacrèe, naast nummer 65) werd op 11 augustus 1771 hun zoon geboren die zij de naam François-Louis gaven. Uit het doopregister blijkt dat hij de volgende dag werd gedoopt. Hij was van gewone komaf, wat onder meer bleek uit het geboortehuis zoals op de foto is te zien. Voor zover nu bekend, had Francois-Louis twee oudere broers en een zuster. Al op jonge leeftijd verliet hij het ouderlijk huis. Waar hij verbleef of wat hij deed is nog niet achterhaald. Ik neem aan dat hij studeerde op een kostschool.

 

We pakken de draad op 11 maart 1791 weer op, als de inmiddels 19 jaar geworden François-Louis vrijwillig dienst neemt als Cavalier du 11e Régiment à cheval (11e Regiment cavalerie jagers te paard).

Voor de Franse revolutie was het officierskorps het domein van de adel, die voor grote sommen geld hoge officiersposten voor hun zonen kocht. Onder leiding van de voormalige kapitein der genie Lazare Carnot werd vanaf eind 1793 de legerstructuur herzien. Onder het motto 'Carrière ouverte aux talents' (bevordering op basis van talent en dienstjaren) werden nieuwe legercommandanten benoemd. Ook Napoleon dankte aan Carnot zijn commando in Italië. Aan deze grote reorganisatie zou ook Morland zijn latere bevorderingen te danken hebben.

Kolonel François-Louis Morland

 

11 maart 1793: Benoeming tot Onder Luitenant (15 september). Vervolgens werd hij bevorderd tot Luitenant (op 20 augustus 1792) en een jaar later tot Kapitein (op 11 augustus 1793).

6 september 1801 hoofd van escadron.

13 oktober 1802: Jagers te paard en Wachter van de Consuls.

31 januari 1804: Majoor

9 juni 1805: Kolonel

 

In de periode 1792-1796 diende Morland bij het Noordelijke Ardennenleger (boven de Belgische rivieren de Sambre et Meuse). Bij de annexatie van Luik (België) in 1795 liep Morland op 19 september een schotwond op tijdens een gevecht bij Sprimont, een dorpje 7 km ten zuiden van Luik. Van deze verwonding zou hij zijn verdere leven last blijven houden.

 

Van 1797-1798 diende Morland bij de Armées de Mayence et de Batavie en van 1799-1801 bij het Rijn- en Donauleger. Zijn aanstelling tot Ritmeester vond plaats op 6 september 1801.

Gebrevetteerd ritmeester der cavalerie werd hij op 27 oktober 1803.

1804 werd een glorieus jaar voor Morland. Na zijn bevordering tot majoor op 31 januari werd hij geplaatst bij het kustleger. Vanwege zijn militaire verdiensten werd hij op 26 maart van dat jaar onderscheiden met de ridderorde "Lid van het Legioen van Eer", op 15 juni zelfs gevolgd door "Commandant van het Legioen van Eer".

Het "Légion d'Honneur" (Legioen van Eer) is een Franse ridderorde, die door Napoleon op 19 mei 1802 werd ingesteld. (In 1805 herzien bij keizerlijk decreet). De ridderorde, onderverdeeld in vijf klassen, werd toegekend voor militaire maar eveneens voor burgerlijke verdiensten. Ook buitenlanders, waaronder Nederlanders, werden in die periode onderscheiden. De ridderorde bestaat uit een vijfarmig kruis aan een rood lint. Het devies is "Honneur et Patrie".

Als Kolonel en tevens ondercommandant van de Keizerlijke Garde werd Morland op 9 juni 1805 geplaatst bij de Grande Armée. Aan het hoofd van de Verkenners kreeg hij, onder bevel van prins Joachim Murat *1), de leiding over de cavalerie van de Garde te Austerlitz. Onder zijn gezag vielen ook alle kanonnen van de Russische keizerlijke garde.

 

Morland is meerdere keren gewond geraakt tijdens eerdere campagnes, maar hij herstelde steeds voorspoedig. Dan wordt hij op 2 december 1805 dodelijk gewond in de omgeving van Austerlitz (op zijn Tsjechisch Slakov). Op die datum behaalde Napoleon de overwinning op de Russen en Oostenrijkers in de zogenaamde Drie­keizersslag. Het vormde de apotheose van de Donauveldtocht. Over deze strijd en zijn heldhaftig optreden de volgende passage uit het boek van H.F.B. Wheeler. *2) De onderstaande Nederlandse bewerking door Jhr. R.H.G. Nahuys laat echter te wensen over.

 

Het overlijden

Met het gezag van een ooggetuige, geeft Rapp *3) de volgende beschrijving van het overlijden van Morland op "De dag der Verjaardag", zoals de soldaten de slag noemden, omdat Napoleon een jaar eerder, op zondag 2 december 1804, was gekroond tot Keizer  in de kathedraal de Nôtre-Dame te Parijs.

 

De slag bij Austerlitz

Toen wij bij Austerlitz kwamen, dachten de Russen, die onbekend waren met de handige beschikkingen die de Keizer genomen had, om hen naar de eigen plek te lokken die hij daarvoor had uitgekozen, en zagen, hoe onze voorhoede voor hun colonnes terugweken, dat de zege hun was. Zij verbeeldden zich, dat de voorhoede voldoende zou zijn, hun een gemakkelijke overwinning te verzekeren. Doch de slag nam een aanvang, zij ondervonden wat vechten was en werden op ieder punt teruggeslagen. Te één uur was de overwinning nog onzeker, want zij vochten bewonderenswaardig. Zij besloten tot een laatste poging en zonden gesloten massa's af op ons centrum. De Keizerlijke Garde ontplooide zich: artillerie, cavalerie en infanterie rukten op tegen een brug, die door de Russen werd aangevallen, en deze beweging, door een oneffenheid van het terrein door Napoleon verborgen, werd niet door ons opgemerkt. Op dat oogenblik stond ik naast hem, wachtende op zijn orders. Wij hoorden een goed onderhouden geweervuur; de Russen hadden een van onze brigades terugeworpen. Bij het horen van deze losbrandingen, beval de Keizer mij, de Mammelukken te nemen, twee escadrons Jagers en een Grenadiers van de Garde en de stand van zaken te gaan opnemen.

"Ik vertrok in volle galop, doch eer ik een kanonsschotsafstand vooruit was gekomen, zag ik het onheil. De Russische cavalerie was tot binnen onze carrés doorgedrongen en sabelde onze mannen neer. Op enige afstand waren groote reserves Russische cavalerie en infanterie zichtbaar. In dit kritieke ogenblik rukte de vijand voorwaarts; vier stukken geschut werden in galop naar voren en tegen ons in stelling gebracht. Links van mij had ik den dapperen Morland, aan mijn rechterhand Generaal d'Allemagne. "Moed, mijn dapperen!" riep ik mijn manschappen toe, "Zie hoe uw broeders, uw vrienden worden geslacht; laat ons hen wreken, wreek onze standaards. Voorwaarts!" Deze enkele woorden bezielden mijn soldaten, in volle vaart gingen wij op de stukken af en namen deze. De ruiterij van den vijand, die onzen aanval had afgewacht, werd door dezelfde charge onder den voet gereden en sloeg in wanorde op de vlucht, evenals wij, over de gesneuvelde en gewonden van onze eigen carrés heen galoppeerende.

 

Intusschen hadden de Russen zich weer verzameld, doch een escadron Grenadiers te paard kwam ons te hulp, waarop ik halt kon houden en de reserves van de Russische Garde afwachten.

Opnieuw chargeerden wij, en deze charge was ontzettend. De dappere Morland viel aan mijn zijde. Wij vochten man tegen man en zoo door een gemengd, dat de infanterie van geen der beide zijden durfde vuren, uit vrees van hun eigen menschen te raken. De onverschrokkenheid van onze troepen echter, verbrak allen tegenstand: de vijand sloeg op de vlucht in het gezicht der beide Keizers van Oostenrijk en van Rusland, die op een verhevenheid van het terrein hadden stelling genomen om den slag te aanschouwen." *4)

 

De dodelijk verwonde Morland wordt met spoed naar zijn kwartier te Brünn *5) gebracht in de Neufrohlichstraat 163. Op dit adres, ook wel huize Spiller genoemd, blaast hij op 5 december 1805 zijn laatste adem uit. De chirurgijn, de heer Larrey, wordt opgeroepen en krijgt opdracht het lichaam te balsemen. Op 7 december om half elf 's morgens worden op het kerkhof te Brünn Morland's ingewanden *6) met veel eerbetoon ter aarde besteld.

Op 16 februari 1806 staan bij de poort van La Villette, dicht bij de rotonde, de Franse autoriteiten gereed om de keizerlijke Garde met triomf te onthalen. Tegelijkertijd  worden op eerbiedige wijze de geconserveerde stoffelijke resten (in een vat rum) van de dappere kolonel Morland mee terug gebracht.

 

Napoleon

De moeder van Morland was inmiddels weduwe geworden. Tot aan zijn dood had Morland als kostwinner zijn moeder onderhouden. Zijn broer, inmiddels griffier (gerechtsschrijver) van de burgerrechtbank van Verdun, was financieel niet in staat zijn moeder en twee zusters te onderhouden. Vandaar dat de ontredderde moeder van Morland uiteindelijk een persoonlijke smeekbede richtte aan Napoleon. Ook plaatselijke notabelen ondersteunden de smeekbede. Napoleon kende daarop op 13 januari 1806 de moeder van Morland een pensioen toe van 3000 francs.

 

Enkele plaatsen herinneren aan Kolonel Francois-Louis Morland:

  • In Parijs: de 'Boulevard Morland', de brug 'Pont Morland' en de metro stopplaats 'Sully/Morland'.

  • In Parijs werd in 1806, in de nieuwe aangelegde wijk Austerlitz (parallel gelegen aan de rivier de Seine) een boulevard (4de Arrondissement) naar Morland vernoemd. De boulevard ligt tussen de bruggen 'Pont de Sully' en 'pont d'Austerlitz' (evenens in 1806 gebouwd).

  • In het verlengde van de boulevard ligt de brug 'Pont Morland' over het kanaal 'Port Plaisance de Paris' (verbindt het 4de en het 12e Arrondissement).

  • Zijn naam is vermeld op de oostkant van de Arc de Triomphe

  • In zijn geboortestad Souilly (departement Meuse) bevindt zich in de kerk Saint-Martin een marmeren plaat met inscriptie.

En als of het nog niet genoeg was werd in Den Helder ook een in 1811 aan te leggen fort naar de kolonel vernoemd: fort Morland (nu fort Kijkduin geheten).

Ook de twee andere aan te leggen Helderse forten werden naar gesneuvelde Franse bevelhebbers vernoemd: het fort Lasalle (nu fort Erfprins) en het fort Dugommier (het voormalige Nieuwe Werk, nu fort Oostoever). Naar Dugommier werd slechts één straatje in Parijs vernoemd: 'Rue Dugommier'.

 

Postuum verleende Napoleon op 24 augustus 1811 Morland de titel van Baron toe. Hieraan was ook een wapenschild verbonden. Omdat Morland zelf geen nakomelingen had ging de titel naar zijn jongere neef Louis-Elie-Hypolite Morland, geboren op 13 augustus 1783 te Montier-en-Der (departement Haute-Marne). Louis diende inmiddels als luitenant bij hetzelfde 11e Régiment de chasseurs à cheval waar ooit zijn overleden neef in dienst was getreden.

 

 

 

   

Mummie

Napoleon had de intensie om het lichaam van Morland in een mausoleum te leggen, die hij wilde laten bouwen in het midden van de Esplanade des Invalides, Het lichaam werd geconserveerd in een vat rum en voorlopig neergezet in een kamer van de Medische faculteit van Parijs. Maar het mausoleum werd niet gebouwd. Niet lang erna barste het vermolmde vat open. Toen bleek dat de snor van was gegroeid. In 1814 schenkt men het stoffelijk overschot van Morland aan het museum van de Medische faculteit te Parijs, waar het tot 1818 een plaats vindt als mummie.*2) De familie diende regelmatig smeekbeden in om hem alsnog te mogen begraven. Zijn lichaam is daarna in de kerk van zijn geboortedorp Souilly begraven.

Zijn graf is verdwenen toen de kerk aan het einde van de XIXe eeuw werd vernietigd. In de gerestaureerde kerk hangt thans een marmeren herinneringsplaat.

Een vervolgonderzoek via de zijtak van neef Louis zou nog meer gegevens over de naamgever aan het Helderse fort aan het licht kunnen brengen.

  

Noten:

  1. Joachim Murat (1776-1815), zoon van een herbergier, klom via de cavalerie op tot divisie-generaal. Hij huwde in 1810 met Caroline de zuster van Napoleon. Hij kreeg veel titels en werd prins en in 1808 Koning van Napels.

  2. Librairie Larousse. Paris, 1931.

  3. Generaal Rapp, adjudant van Keizer Napoleon tijdens de Oostenrijkse veldtocht, in: Wheeler, p. 210.

  4. Ibidem, p. 130-131.

  5. Brünn, nu Brno geheten, is een Tjechische stad in Moravië. Het werd in 1805 door de Fransen bezet die in 1809 de vestingwerken sloopten.

  6. Organen van de buikholte.

Bronnen:

  • Algemeen Rijksarchief 's-Gravenhage (ARA), Afdeling Kaarten en Tekeningen (AK&T), Oorlog Plans van Vestingen (OPV).

  • Annales nécrologiques de a Légion d'honneur. 1807.

  • Aubry, Octave: Napoleon. Paris 1936.

  • Cabinet des Estampes de la Bibliothèque Nationale, 59 Rue le Richelieu, 75002, Paris (France).

  • Descave, P.: Historique 1792-1891 du 13me. Régiment de Chasseur et des chasseurs a cheval de la garde. Béziers 1891.

  • Koch, H.W.: Europa in oorlog 1618-1815. Alphen aan den Rijn 1982.

  • Lachouque, Henry: La Garde Imperiale. 1982, p. 70.

  • Marmottan, Paul: La famille du colonel Morland et Napoléon. In: Carnet de la Sabretache. No 311. Band 39. Januari 1927.

  • Ministere de la defense, Republique Française. Armee de terre. Vincennes (France). Dossier du Colonel François Louis Morlant (ou Morland), classement alphabétique 91/47.

  • Wheeler, H.F.B.: Napoleon. (Voor Nederland bewerkt door Jhr. R.H.G. Nahuys), Utrecht (zonder jaartal).

Sites:

http://www.voie-sacree.com

Een informatieve Franse (ook in het Nederlands).

Klik op de Nederlandse vlag linksonder op het paaltje !

 

http://www.verdun.nl

Nederlands site

 

http://www.worldwar1.com/france/vsacree.htm

Engelse site