|
|
|||||||||||||
|
Batterij Kaaphoofd
© J. van Tongeren - Laatste wijziging 20 december 2008
In haar eerste vorm aangelegd in 1781 door soldaten van het in Den Helder gelegerde garnizoen en kreeg de naam van Westbatterij of de grote batterij van Kaaphoofd. Het was een aarden borstwering met in de keel een palissadering. Een dubbele rij palissaden was op de toegangen en in het front langs de flanken geplaatst, tevens dubbele rij Friesche ruiters en eggen. De bewapening bestond uit 17 metalen kanonnen à 24 pond en 3 kanonnen à 12 pond
De batterij Kaaphoofd behoort onder de werken, tot welke aanleg in 1781 op voorstel van den Stadhouder van Holland en Westfriesland Prins Willem IV werd besloten. Zij werd in de eerste helft van dat jaar onder toezicht van den Luitenant Kolonel Ingenieur J.F. Schouster door manschappen van het in Den Helder gelegerde garnizoen werd opgeworpen. Het bestond uit twee facen, frontmakende naar zee, een flank aan de rechterzijde en een epaulement tot dekking van de linkerface. De binnen- en buitenglooingen en embrasures waren gedeeltelijk opgezet met fasines. De batterij kreeg diverse namen toebedeeld zoals Westbatterij of de grote batterij van Kaaphoofd. De batterij werd bewapend met: 17 lange metalen kanonnen à 24 pond en 3 ijzeren kanonnen à 12 pond alle op hoge affuiten, en voorzien van een Corps de Garde(wachthuis) tot huisvesting van 30 man en tot berging van artilleriematerieel. Princes van Oranje In de maanden Maart en April 1793 werd de batterij onder toezicht van den Luitenant Kolonel P.H. Gilquin opnieuw in orde en de bewapening gebracht op 28 24-pond'ers en 4 18-pond'ers, voorts werden 2 kogelgloeiovens elk voor 24 kogels erin gebouwd.
|
||||||||||||
|
|
|