Oude Retranchement | Retranchement | Bedekte Gemeenschapslinie

 

Rijkswerf | Droge gracht | Zijper Stelling

Home/Accueil

●  Inleiding/Preface

●  Nieuws/Nouvelles

Nederlands/Néerlandais

●  De Stelling Den Helder

●  Kustartillerie/l'artillerie côtière

●  Forten/Forteresses

●  Batterijen/Batteries

●  Linies/retranchement

●  Bunkers/Abris

●  Monumenten/Monuments

Duits/Allemand

●  Bunker complexen

●  Bunkers/Abris

●  Radar

●  Mijnenvelden/Champs de mines

Overige plaatsen

●  Callantsoog

●  Den Oever

●  Petten

●  Schagen

●  Schoorl

●  Texel 

Diversen/Divers

●  Boeken/Livres

●  Links/Liens

●  Updates

●  Site 

 

 

 Verdedigingswerken Rijkswerf Willemsoord

 

© J. van Tongeren - Laatste wijziging  19 juni 2010

 

 

 

Wat er aan vooraf ging

Al eeuwen hadden schepen, zowel van de koopvaardij als van 's Lands Zeemacht beschutting gezocht in de zeegaten tussen Texel en Den Helder. In de 4e Engelse oorlog (1780-1784) brak het besef door dat men van de mogelijkheden van het Nieuwe Diep gebruik moest maken om daar een goed functionerende oorlogshaven aan te leggen. In 1781 kwam de Stadhouder, Prins Willem V, naar Den Helder om de situatie te bekijken. Zo werd van 1782 t/m 1785 een leidam van rijs en stenen aan de overzijde van de haven tot aan de keerdam aangelegd.

 

Het Nieuwe Werk

Al spoedig bleek de noodzaak van het bouwen van een werf. Om politieke redenen mocht er geen echte werf gebouwd worden maar een kielplaats, alwaar eenvoudige reparaties verricht konden worden.

De aanbesteding van de kielplaats 'Het Nieuwe Werk" vond plaats in 1791 kwam eind 1792 gereed. Het werk omvatte een ingedikte ruimte voorzien van een borstwering en had de vorm van een parallelogram, afgesloten door een schutsluis en was doorsneden door een diepe gracht. Op het terrein bevonden zich naast de kielplaats vier magazijnen en smederijen met drie werkloodsen. Het complex heeft ruim 30 jaar gefunctioneerd tot het in 1827 werd overgedragen aan het Departement van Oorlog teneinde omgebouwd te worden tot fortificatie (fort Oostoever).

 

De Rijkswerf Willemsoord

Na de inlijving van Nederland bij Frankrijk bezocht Napoleon in 1811 Den Helder. Bij zijn decreet werd bepaald dat in Den Helder de grootste marinehaven en de grootste marinewerf van Nederland gebouwd moesten worden. Een ontwerp van Jan Blanken Jansz., directeur der maritieme werken, werd op 8 maart 1812 goedgekeurd. Het plan omvatte om het gehele marine-etablissement te omwallen en deze in het noord-oosten te voorzien van een citadel. 

Het plan omvatte behalve het werfterrein ook uitgebreide vestingwerken, doch deze laatsten werden gedeeltelijk uitgevoerd. Wel werden gebouwd de forten Morland (Kijkduin), La Salle (Erfprins),  L’ Écluse (Dirksz Admiraal) en Dugommier (Oostoever).

 

Met de vestigingswerken werd in het jaar 1811 aangevangen, aan de zogenaamde Nieuwestad, bestaande uit twee aarden fronten, welke tengevolge van het later bij dit Gouvernement aangenomen verdedigingsstelsel niet in aanmerking zijn gekomen, ten gevolge waarvan deze gronden door de Administratie der Domeinen in het openbaar verkocht zijn. (MEM 140).

 

 

 

 

Op een kaart van 31 december 1861 (ARA, OPV H119a-Litt H 3681a) zijn nog de laatste fragmenten zichtbaar, van de Napoleontische omwalling van voormalige marine-etablissement.

Toen vice-admiraal Carel Hendrik Verhuell, namens Keizer Napoleon, de Stelling op 4 mei 1814 overgaf was alleen de meest zuidelijke sector van de omwalling van het marine-etablissement gerealiseerd.

 

De omschrijving van dit restant verdedigingswerk was als volgt:

  • Franse benaming: "Fort du Nieuwstad".

  • Nederlandse benaming na 1814: Verlaten Linie van de Nieuwstad. In oudere stukken wordt zij ook wel genoemd "Batterij Willemsoord".

  • Aangelegd: Gedeeltelijk in 1805 en voltooid in 1812.

  • Ligging: op het Brakkeveld tussen de Helderse polder en het Nieuwediep buitendijks de Sluisdijk.

  • Twee aarden bastions met courtine en wederzijds een halve courtine, met bedekte weg. De bastions zijn niet geheel voltooid geweest.

  • Tijdens het Franse bestuur stond er een houten wachthuis.

Tijdens de bouw van de werf viel het terrein onder het Departement van Binnenlandse Zaken en Waterstaat. De inrichting ervan lag ook nog niet vast en diverse plannen werden opgesteld. In september 1822 was het werk zover gevorderd dat het droogdok in gebruik genomen kon worden en het werfbedrijf kon gaan draaien. In 1823 werd het definitieve plan voor de inrichting door Koning Willem I goedgekeurd. De voltooiing nam nog ruim vier jaar in beslag.

In dezelfde jaren waarin men werkte aan de werf werd ook de scheepvaartverbinding binnendoor met Amsterdam voltooid door het in 1825 gereedkomen van het Groot Noordhollands kanaal, eveneens een schepping van Jan Blanken.

In de volgend e decennia, tot vandaag toe, werd er veranderd en bijgebouwd. Ontwikkelingen op het gebied van voortstuwings- en wapentechniek maakte het marinebedrijf steeds ingewikkelder en eisten allerlei nieuwe voorzieningen op de werf.

Geleidelijk aan werden de Rijkswerven te Vlissingen, Rotterdam, Hellevoetsluis, Amsterdam men Medemblik opgeheven en bleef de Rijkswerf te Den Helder over.

 

De Nieuwe Werf

In 1949 werd begonnen met een geheel nieuwe marinehaven ten oosten van het Nieuwe Diep. Op dit haventerrein "De Nieuwe Haven" kwam in 1980 een nieuw dok voor de Rijkswerf gereed. In 1988 werd gestart met de bouw van een geheel nieuwe, aan de moderne eisen aangepaste Rijkswerf, die in 1995 gereed kwam.

Het terrein van de voormalige werf werd beschikbaar gesteld voor anderen en voor het publiek toegankelijk gemaakt.

 

 

 

De Nieuwe Werf

In 1949 werd begonnen met een geheel nieuwe marinehaven ten oosten van het Nieuwe Diep. Op dit haventerrein "De Nieuwe Haven" kwam in 1980 een nieuw dok voor de Rijkswerf gereed. In 1988 werd gestart met de bouw van een geheel nieuwe, aan de moderne eisen aangepaste Rijkswerf, die in 1995 gereed kwam.

Het terrein van de voormalige werf werd beschikbaar gesteld voor anderen en voor het publiek toegankelijk gemaakt.

 

Naamgeving

Een Koninklijk of Ministerieel Besluit, waarbij aan het Marine-Etablissement aan het Nieuwe Diep de naam "Willemsoord" werd gegeven, bestaat niet.

De naam "Willemsoord" wordt voor het eerst aangetroffen in een memorie van 12 september 1815 van de Inspecteur-Generaal van ’s Rijkswaterstaat Jan Blanken Jansz., waarin die autoriteit, als ontwerpen, die onder zijn onmiddellijk directie waren gesteld noemt:

“Die tot het voltooien van den Militairen Zeehaven Willemsoord aan het Nieuwe Diep volgens de Koninklijke Besluiten van 16 november 1814 no. 53 en 14 maart 1815 no. 15”.

Vanaf 1820 komt de naam "Willemsoord" meer in de officiële bescheiden in gebruik.

Met "Willemsoord" werd destijds bedoeld het voormalige Rijkswerfterrein, de terreinen van het Koninklijk Instituut voor de marine en het Buitenveld (de voormalige marinekazerne) aan het Nieuwe Diep.

 

Bron:

De naam "Willemsoord" 1822-1992, door J. van Tongeren, in: Programma 38e Landelijke geniesportdag, 22 mei 1992, "Marinekazerne Willemsoord" Den Helder.

 

Voor Nederlandse bunkers op de Rijkswerf: klik hier